Opdracht 4
We moesten voor deze opdracht Hoofdstuk 1 van Jonassen lezen, en daarover een bit-verslag schrijven.
Begrijpen
Is de strekking van wat je leest jou duidelijk?
Ja, het is mij denk ik wel duidelijk. Dit heb ik eruit gehaald:
Meaningfull learning word ondersteund door 5 dingen:
Actief leren
Constructief leren
Intensief leren
Autentiek leren en
Coöperatief leren.
Verder word er gesproken over echt leren, en niet het reproduceren van dingen.
Ze zijn van mening dat leerlingen een soort formule leren om ‘problemen’ op te lossen, en er zo niet meer goed over na denken. Ze denken ook niet meer na over of het in de echte wereld ook bruikbaar is.
Het nadeel van dit boek vind ik dat het best vreemd is geschreven, en dan ook nog in het engels.
Is de argumentatie helder en juist?
Ik denk dat de argumentatie helder is, voor zover ik het begrepen heb.
Het hangt wel denk ik van jezelf af of je de argumentatie juist vind, het zijn meningen geen feiten. En het is maar de vraag of je de mening deelt.
Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie?
Toen ik het las ben ik eigenlijk nergens voorbeelden tegengekomen van in de les, want hoe pas je het eigenlijk goed toe in een les?
Voor betere argumentatie had ik graag een lesvoorbereiding, of een verslag van een les, of een opdracht willen zien.
Integreren
Hoe past wat je gelezen hebt bij jou eigen ervaringen?
Bij mijn eigen ervaringen past wel het stukje dat je het te leren meer moet brengen in de wereld. Zodat ze niet zomaar met theorie bezig zijn, maar met iets dat om hun heen gebeurt. Verder heb ik met technologie niet veel meer gedaa, dan een filmpje laten zien.
Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden van wat je hebt gelezen?
Ja, voor het actieve deel, dit gebruik ik als ik les geef. Ik probeer er dingen bij te halen van de wereld om ons heen, en modellen te laten zien.
Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën?
Het doet mij een beetje denken aan interactief met de klas bezig zijn, meaningfull learning geeft je handvaten om interactiever met de leerlingen bezig te zijn. En zo ook de leerlingen zelf met de stof bezig te laten zijn.
Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk?
Het spreekt me wel aan dat ze het leren in de context willen plaatsen, en laten zien dat het best nuttig is om dat te leren. Dat vind ik heel belangrijk. Verder vind ik het niet zo heel belangrijk om technologie in je lessen te gebruiken, want als je een goede les hebt hoeft technologie je niet te ondersteunen. Het is inderdaad wel makkelijk, bijvoorbeeld een lesondersteunend filmpje, maar zeker niet het belangrijkst.
Toepassen
Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijs praktijk?
Coöperatief leren, in mijn lessen doe ik daar niet zo heel veel me. Dus dit lijkt mij wel een leuke uitdaging.
Welke concrete voornemens maak je hierbij?
Tijdens mijn stage ga ik proberen om coöperatief leren toe te passen, in de opdrachten die ze moeten maken en eventuele projecten. Verder wil ik er ook voor zorgen dat de opdrachten die ik maak, ook echt bij de leefwereld van de leerlingen aansluiten. Zodat zij het doel zien waarom ze dit leren.
Reactie geplaatst bij:
Sharon
Joeri
Bongo Boy
januari 7, 2009 bij 11:09 am
je voornemens om in de klas meer cooperatieve dingen te gaan doen en het opzoeken van de belevingswereld van de leerlingen lijkt me een goed stereven.
je zecht dat je met techniek nog niet zoveel gedaan heb in de klas ik denk dat dit een kans is om daar mee te beginnen. maar houd wel in het oog dat zowel het cooperatieve leren als het werken met techniek erg tijdrovend is in de voorbereiding en uit voering.
succes
groetjes
Bart
januari 7, 2009 bij 11:10 am
[...] Jotte [...]